onverschillig

Vertalingen

onverschillig

gleichgültig, indifferentimmaterial, indifferent, carelessindifférent, indifféremment, indifférent (à), quel que soit, égal, glacé, insensible, léthargique, apathique, équilatéralapàtico (ɔnvərˈsxɪləx)
bijvoeglijk naamwoord
zonder belangstelling onverschillig je schouders ophalen Een kwart van de Nederlanders staat onverschillig tegenover geloofszaken.