onvermogen

Vertalingen

onvermogen

incapacité, impuissance, insolvabilité, faiblesseнеспособностьανικανότηταincapacidadUnfähigkeitneschopnostincapacidadeнеспособностחוסר יכולתinabilityincapacitàعجزoförmåga (ˈɔnvərmoxə(n))
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
het niet-kunnen het onvermogen van de voorzitter om de discussie ordelijk te laten verlopen