ontzien

Vertalingen

ontzien

nachsichtig sein, schonen, verschonenindulge, spare, begrudge, belenientwith, regretménager, regretter, être indulgent, respectertempo libero (ɔntˈsin)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ontzag , voltooid deelwoord heeft ~
(iemand) behoeden voor onprettige ervaringen Als het gips eraf gaat moet je je arm nog een beetje ontzien, maar je mag hem al wel weer gebruiken.