ontrouw


Zoekopdrachten gerelateerd aan ontrouw: vreemdgaan
Thesaurus

ontrouw:

overspelig
Vertalingen

ontrouw

treulos, untreuunfaithful, apostasy, defectioninfidèle, inexactitude, traître, infidélité, adultère, malhonnête, désertion, dissident, trahison, traitreخَائِنnevěrnýutroάπιστοςinfieluskotonnevjeraninfedele不貞な부정한utroniewiernyinfielневерныйotrogenไม่ซื่อสัตย์sadakatsizkhông chung thủy不诚实的 (ɔnˈtrɑu)
zelfstandig naamwoord meervoud
trouw eigenschap dat je iemand of iets niet steunt, terwijl dat wel van je verwacht wordt