onthouden

Vertalingen

onthouden

abhalten, aufhalten, behalten, enthalten, gedenken, sich erinnern, verhindern, zurückhalten, merkenremember, recall, recollect, abstract, restrainretenir, se rappeler, se souvenir, priver (qn de qc), sevrerricordare기억 (ɔntˈhɑudə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd onthield , voltooid deelwoord heeft ~
1. vergeten (iets) in je hersens opslaan zodat je het later nog weet Telefoonnummers kan ik tegenwoordig slecht onthouden.
2. (iets) niet geven aan iemand die verwacht dat te krijgen Voedsel werd hem drie dagen onthouden.