ontbieden

(doorverwezen van ontbood)
Thesaurus

ontbieden:

oproepensommeren,
Vertalingen

ontbieden

entbieten, holen, kommen lassenget, sendfor, summonconvoquer (ɔntˈbidə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ontbood , voltooid deelwoord heeft ontboden
(iemand) laten weten dat hij of zij bij je moet komen ontboden worden bij de rector