onschuldig

Thesaurus

onschuldig:

schuldeloos
Vertalingen

onschuldig

harmlos, unschuldiginnocent, benign, guiltlessinnocent, candide, innocemment, innocent (de), bénin, blanc/blanche, ingénu, ingénument, inoffensif, chasteingenuo, innocenteبَرِيءٌnevinnýuskyldigαθώοςinocentesyytönnevin潔白な순결한uskyldigniewinnyinocenteневиновныйoskyldigไร้เดียงสาmasumngây thơ无辜的, 无辜無辜חפים מפשעневинен (ɔnˈsxʏldəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. zonder dat je iets hebt gedaan dat niet mag zo onschuldig als een pasgeboren lam
2. zonder nadeel voor iemand anders een onschuldig tijdverdrijf