onhandelbaar

Thesaurus

onhandelbaar:

weerbarstigonhanteerbaar, tegendraads,
Vertalingen

onhandelbaar

à déplacer, difficile à manier, récalcitrant, commode (ɔnˈhɑndəlbar)
bijvoeglijk naamwoord
(van iemand) niet te beïnvloeden door iemand anders onhandelbare jongeren