ongelijk

Vertalingen

ongelijk

(ɔnxəˈlɛik)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
iets beweren dat niet klopt

ongelijk

uneben, Unrechtbumpy, differenttort, accidenté, différent, inégal, inégalement, irrégulier, dissemblablediferenteongelijk (ɔnxəˈlɛik)
bijvoeglijk naamwoord
gelijk niet hetzelfde twee balken van ongelijke lengte
een (wed)strijd waarbij de ene partij veel sterker is of een voordeel heeft