omslaan

Vertalingen

omslaan

verser, basculer, se renverser (ˈɔmslan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd sloeg om
1.
voltooid deelwoord is omgeslagen
(van een boot) op de zijkant terechtkomen Door de harde wind sloeg de zeilboot om.
2.
voltooid deelwoord is omgeslagen
plotseling veranderen Het weer sloeg ineens om en het begon hard te waaien.
3.
voltooid deelwoord heeft omgeslagen
als kledingstuk om je heen doen een sjaal omslaan
4.
voltooid deelwoord heeft omgeslagen
omdraaien een bladzijde omslaan
5.
voltooid deelwoord heeft omgeslagen

de kosten gelijk verdelen over iedereen