omgaan met

Vertalingen

omgaan met

handhaben, manipulierenhandle, associatewith, manipulatemanierيُعَالِجُzvládnouthåndtereχειρίζομαιmanejarkäsitellänositi se soccuparsi取り扱う다루다håndtereporadzić sobieenfrentar, lidarовладетьhanteraจัดการelle yapmakkiểm soát处理 (ˈɔmxan mɛt)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ging om met , voltooid deelwoord is omgegaan met
1. regelmatig vriendschappelijk contact hebben met (mensen) al twintig jaar met elkaar omgaan
2. je gedragen in reactie op (dingen of moeilijkheden) voorzichtig omgaan met een laptop niet met de ziekte van zijn vader kunnen omgaan