omgaan

Vertalingen

omgaan

umgehencircumvent, goaround, handlecirculer, fréquenter (qn), manier (qc), passer, se raviser, tomber par terre, tourner (autour de)elusi, impedire거래แจกไพ่сделка (ˈɔmxan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ging om , voltooid deelwoord is omgegaan
(van tijd) voorbijgaan De tien minuten van het spreekuur zijn al om.