| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.325.383 Bezoekers. |
|
schieten |
0,01 sec. |
|
schieten ww schieten (schoot enk ovt) [ˈsxitə(n)]
1 (heeft geschoten volt deelw) een vuurwapen of boog gebruiken doodschieten schieten op alles wat beweegt 2 (heeft geschoten volt deelw) (een bal) werpen, slaan of schoppen direct op het doel schieten 3 (is geschoten volt deelw) snel bewegen plotseling de weg over schieten om op te schieten erg lelijk De moeder van de bruid droeg een jurk om op te schieten. iemand wel kunnen schieten een grote hekel aan iemand hebben iemand laten schieten iemand (uit je leven) laten verdwijnen, zonder moeite te doen hem of haar tegen te houden Het schoot me net op tijd te binnen. ik dacht er juist op tijd aan Thesaurus schieten: vuren Vertalingen schieten s'abattre, tirer, faire du tir, foncer (sur), lâcher, pousser, s'élancer, shooter [sport], toucher schieten sparare schieten يُطْلِق schieten postřelit schieten skyde schieten πυροβολώ schieten ampua schieten pucati schieten 撃つ schieten (…을...으로) 쏘다 schieten skyte schieten wystrzelić schieten disparar schieten стрелять schieten skjuta schieten ยิง schieten ateş etmek schieten bắn schieten 射击 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|