noorden

Vertalingen

noorden

NordennorthnordNortenordشِمَالُsevernordβορράςpohjoinensjever북쪽nordpółnocnorteсеверnorrทิศเหนือkuzeyhướng bắc北方, Севернаצפון (ˈnordə(n))
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
zuiden richting tegenover de plaats waar om twaalf uur de zon staat
wind die uit het noorden waait