nood

Thesaurus

nood:

noodtoestandnoodwendigheid,
Vertalingen

nood

Bedarf, Bedürfnis, Elend, Gefahr, Not, Notwendigkeitperil, danger, misery, need, want, dependencedanger, misère, nécessité, besoin, peril, détresse, dépendancepericolo緊急emergenciaemergência緊急紧急 (not)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud noden
1. heel moeilijke situatie waarin hulp nodig is hongersnood
als de situatie heel moeilijk wordt
in een bijzondere omstandigheid, als het dringend nodig is
2. moeten plassen of poepen