nog

Vertalingen

nog

noch, bisher, immer nochstill, yetencore, davantage, encore plus, mêmeaindaancora, calmo, pari, peròحَتَّى الآن, لا يَزالُještě, stáleendnu, stadigακόμα, ακόμηtodavíavielä, yhäjoš uvijekまだ아직ennå, stillejeszcze, wciążеще, неизменноän, ännuยัง, ยังคงhala, yine dechưa, vẫn, 仍然 (nɔx)
bijwoord
1. tot nu Ben je nog niet naar school? nog altijd niet getrouwd
2. <als aanduiding van herhaling> nog een keer in het reuzenrad
3. <als versterking> nog duurder dan vorig jaar