| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.726.358 Bezoekers. |
|
alleen |
0,01 sec. |
|
alleen1 bn alleen [ɑˈlen] zonder anderen;= in je eentje Ik ben vanavond alleen thuis. alleen2 bw alleen [ɑˈlen]
1 maar;= echter We kunnen eten, alleen moeten de aardappels nog in de schaal gedaan worden. 2 uitsluitend;= slechts Alleen de leerlingen die klaar zijn, mogen naar huis. niet alleen... maar ook... en... en..., zowel... als... Daar kun je niet alleen lekker maar ook goedkoop eten. Thesaurus Vertalingen alleen ne ... que, seul, seulement, en tête à tête, mais, ne...que, tout seul, exclusif, exclusivement, solitaire alleen وحيد alleen sám alleen alene alleen μόνος alleen yksin alleen sam alleen ただ一人の alleen 홀로 alleen alene alleen samotny alleen sozinho alleen одинокий alleen ensam alleen โดยลำพัง alleen yalnız alleen một mình alleen 单独的 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|