nestelen

Vertalingen

nestelen

nistennestfaire son nid, nicher, nidifiernido (ˈnɛstələn)
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd nestelde zich , voltooid deelwoord heeft zich genesteld
ergens zo gaan zitten dat je je er prettig voelt je in een lekkere stoel nestelen met een tijdschrift