neerkomen op

Vertalingen

neerkomen op

(ˈnerkomə(n) ɔp)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kwam neer op , voltooid deelwoord is neergekomen op
1. blijken te zijn Omgerekend komt het neer op een tientje per persoon. Het komt er dus op neer dat je niet op tijd klaar bent.
2. (van werkzaamheden) als taak gedaan moeten worden door De afwas komt zoals gewoonlijk weer op mij neer.