nauw

Thesaurus
Vertalingen

nauw

(nɑu)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
het iemand moeilijk maken

nauw

schmal, engnarrow, cramped, strait, tight, closeétroit, détroit, étroitement, strict, à peine, avec précision, précis, restreint, serré, étriquéangostomagro, venni (nɑu)
bijvoeglijk naamwoord
met weinig tussenruimte een nauwsluitende jurk
intensieve samenwerking