natuur

Vertalingen

natuur

Naturnature, character, kindnatureφύσηطَبِيعَةٌpřírodanaturnaturalezaluontoprirodanatura自然자연naturnaturanaturezaприродаnaturธรรมชาติdoğatự nhiên自然自然 (naˈtyr)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud
1. cultuur wereld zoals die is zonder mensen, met name de dieren en planten in de vrije natuur natuurbescherming
natuur waar mensen geen invloed op hebben gehad
2. combinatie van al je aangeboren eigenschappen van nature een beetje somber zijn