meenemen

(doorverwezen van nam mee)
Vertalingen

meenemen

mitbringen, mitnehmenbringalong, takealongamener, assembler, rassembler, apporter, emmener, emporter, faire en même temps, balader, s'embarrasser ('menemə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd nam mee , voltooid deelwoord heeft meegenomen
1. bij je hebben als je ergens heen gaat eten meenemen voor onderweg
2. het is een prettig extra voordeel dat ...