innemen

(doorverwezen van nam in)
Vertalingen

innemen

antreten, einfallen, einrücken, sich bemächtigen, verschlingenengulf, swallowup, assumeprendre, prévenir, raccourcir, tenir, occuperaffondaretatomartage (ˈɪnemə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd nam in , voltooid deelwoord heeft ingenomen
1. in de mond nemen en doorslikken medicijnen innemen
veel eten en drinken
2. (ruimte) gebruiken De koelkast neemt in deze kleine keuken te veel plaats in.
een standpunt hebben
3. gewelddadig in bezit nemen een stad innemen
4. uitleggen nauwer maken een rok innemen omdat hij te wijd is
5. maken dat iemand je aardig vindt
6. maken dat iemand je niet aardig vindt