nemen

(doorverwezen van nam)
Vertalingen

nemen

nehmen, fassen, stehlentake, get, layholdof, pickup, consider, catchprendre, emprunterбрать, остановить, украсть, взятьيَأْخُدُ, يَأْخُذُ, يَرْكَبُnastoupit, svézt se, vzítnå, tageαρπάζω, παίρνω, προλαβαίνωtomar, ir, llevar, robarnousta, ottaa, viedäputovati, uhvatiti, ukrastiprendere, prendere al volo・・・に乗る, ・・・を盗む, 手に取る...을 가져가다, 가져가다, 따라잡다tałapać, zabraćapanhar, pegar, roubartaขโมย, ขึ้นรถ, นั่งรถalmak, binmeklái, lấy cắp, lên xe, 拿取, (ˈnemə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd nam , voltooid deelwoord heeft genomen
1. (iets) pakken, gebruiken nog een kopje koffie nemen een dag vrij nemen de trein nemen
iets gaan zeggen
2. (iets wat je niet wilt) aanvaarden het niet langer nemen dat je uitgescholden wordt
3. beloven dat je iets zult doen
4. iemand opzettelijk iets laten geloven dat niet waar is
5. vinden dat je bedrogen bent