nakomen

Vertalingen

nakomen

ausführen, bestellen, erfüllen, leistenaccomplish, achieve, arriveafterwards, comeafterwards, comelater, follow, keep, observe, performaccomplir, assurer, réaliser, remplir, garder, honorer (ˈnakomə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kwam na , voltooid deelwoord is nagekomen
doen wat je hebt gezegd dat je zou doen een belofte nakomen afspraken nakomen