| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.777.305 Bezoekers. |
|
nagel |
0,03 sec. |
|
nagel zn m nagel (-s mv) [ˈnagəl]
1 hard deel aan de bovenkant van je vingers en tenen je nagels knippen 2 spijker geen nagel hebben om je gat te krabben heel weinig geld hebben, arm zijn een nagel aan iemands doodskist zijn iemand moeilijkheden/last bezorgen Thesaurus nagel: spijker Vertalingen nagel Nagel, Stift, Fingernagel nagel nail nagel clou, ongle, clou de girofle, griffe, marque de l'ongle nagel naula nagel clavo nagel spik nagel uña nagel مسمار nagel hřebík nagel negl nagel čavao nagel 釘 nagel 못 nagel negl nagel ноготь nagel เล็บ nagel çivi nagel móng nagel 指甲 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|