nagel

Thesaurus

nagel:

spijker
Vertalingen

nagel

Nagel, Stift, Fingernagelnailclou, ongle, clou de girofle, griffe, marque de l'onglenaula, kynsiclavounghia, chiodogwóźdź, paznokiećunha, pregospik, naglarκαρφί, νύχιuñaظُفْرnehetneglnokti손톱neglноготьเล็บtırnakmóng指甲 (ˈnagəl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. anatomie hard deel aan de bovenkant van je vingers en tenen je nagels knippen
heel weinig geld hebben, arm zijn
2. spijker
iemand moeilijkheden/last bezorgen