nabij

(doorverwezen van nabij)
Vertalingen

nabij

(naˈbɛi)
bijvoeglijk naamwoord
ver dichtbij in afstand of tijd van nabij meemaken
binnenkort

nabij

an, bei, nahe, nebenat, beside, by, near, close, closeto, nearby, nearto, nextto, nextà, près, proche, auprès, près de, près (de)a, al, negli (naˈbɛi)
voorzetsel
in de buurt van het nabijgelegen zwembad