naald

Vertalingen

naald

Nadel, Stecknadelneedle, pin, stylusaiguille, épingle, aiguille à coudre, aiguille de montre, obélisque, saphiragujaago, spillaإِبرَةٌjehlanålβελόναneulaigla縫い針바늘nåligłaagulhaиглаnålเข็มiğnekim (nalt)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. lang puntig staafje met een gat om mee te naaien (1) de draad door een naald steken
2. plantkunde boomblad in de vorm van een groen staafje aan pijnbomen De kerstboom verliest zijn naalden.
3. medisch deel van een injectiespuit dat in je lichaam wordt geprikt steriele naalden