monter

Thesaurus
Vertalingen

monter

fröhlich, heiter, lustig, vergnügtcheerful, gay, merry, jauntygai, joyeux, allègrement, allègre, gaiement, guilleret/-ette, fringantfestevole, pieno di gioiamontermonterMontermontermonter (ˈmɔntər)
bijvoeglijk naamwoord
vrolijk en energiek