mond

Vertalingen

mond

Mund, Loch, Mündung, Öffnungmouth, aperture, opening, clam upbouche, embouchure, orifice, ouverture, gueuleротbocca, abboccaturaفَمٌústamundστόμαbocasuuustamunnustabocamunปากağızmiệng嘴巴 (mɔnt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
opening in je hoofd waarmee je praat en eet
Zwijg!
ineens verlegen zijn en niet weten wat je moet zeggen
brutaal zijn
goed voor jezelf kunnen opkomen