mogen

(doorverwezen van mocht)
Vertalingen

mogen

dürfen, achten, mögen, schätzen, wertschätzen, würdigenmay, appreciate, beallowedto, havetherightto, like, canpouvoir, aimer, apprécier, estimer, aimer (qc, avoir beau, falloir, qn), avoir le droit demaggio, potereتَسْمَحُ لِ...بِsmět, můžeεπιτρέπωpodersaadasmjeti・・・してもよい~해도 되다kunnemóc, możepoderполучить разрешениеสามารถจะ (ใช้ขออนุญาต), อาจizin istemekcó thể可以做, 可能可能 (ˈmoxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd mocht , voltooid deelwoord heeft gemogen
1. toestemming hebben voor (een bepaald soort gedrag) Mag ik je pen even lenen? Van de dokter mag ik geen alcohol meer drinken.
2. (iemand) aardig vinden Haar man mocht mij niet zo.
3. groot en/of mooi zijn