misselijk

Thesaurus

misselijk:

onwelnaar, onpasselijk,
Vertalingen

misselijk

disgusting, nasty, nauseous, abhorrent, abominable, alien, illdégoûtant, de façon écoeurante, écoeurant, qui a mal au coeur, rienekelhaft, elendnauseabundofetente (ˈmɪsələk)
bijvoeglijk naamwoord
1. een beetje ziek met het gevoel alsof je moet overgeven misselijk worden in de achtbaan
2. gemeen, naar een misselijke opmerking