mislopen

Thesaurus

mislopen:

mislukken
Vertalingen

mislopen

verfehlen, fehlschlagenmiss, go awry, backfiremanquer, rater, échouer, mal tourner, ne pas obtenir, se brouillersignorina, ritorcersi controيُخَّلِفُ نَتَائِج عَكْسِيَّةmít opačný účinekgive bagslagαποτυγχάνωfallarepäonnistuaizjaloviti se裏目に出る기대에 어긋난 결과가 되다slå tilbake (på)przynieść odwrotny skutekobter um resultado oposto ao que se esperavaнеожиданно привести к обратным результатамslå slintให้ผลตรงข้ามกับที่ตั้งใจไว้geri tepmekphản tác dụng事与愿违 (ˈmɪslopə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd liep mis , voltooid deelwoord is misgelopen
1. niet gaan zoals bedoeld of gewenst Er liep van alles mis tijdens de plechtigheid.
2. per ongeluk net niet ontmoeten of krijgen elkaar mislopen bij een reünie Veel medewerkers zijn de extra uitkering misgelopen.