misleiden

Vertalingen

misleiden

äffen, beirren, betrügen, hintergehen, irreführen, täuschendeceive, cheat, jivetromper, tricher, mystifier, bercer, bluffer, égarerabbindolarevildlede误导تضليلomylvilseledaπαραπλανήσει오해harhaaninducir a error誤導 (mɪsˈlɛidə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd misleidde , voltooid deelwoord heeft misleid
(iemand) opzettelijk iets laten geloven dat niet klopt De samenvatting geeft een misleidend beeld van het rapport.