mis

Vertalingen

mis

(mɪs)
zelfstandig naamwoord meervoud -sen
religie plechtige bijeenkomst in een katholieke kerk de mis van elf uur hoogmis

mis

Messe, Gottesdienst, verkehrtmass, incorrect, wrong, messmesse, faux!, faux/fausse, raté, raté!difettoso, fasullo, infondato, messaقُدّاسُmšemesseλειτουργίαmisamessumisaミサ미사messemszamissaмессаmässaพิธีมิสซาayinlễ ban thánh thể弥撒 (mɪs)
bijvoeglijk naamwoord
1. fout, niet zoals het hoort het is goed mis
<wat je zegt als je iets heel goed en indrukwekkend vindt>
2. raak niet in het doel misgrijpen
<commentaar als iemand anders iets niet kon pakken>