minachten

Thesaurus

minachten:

verachten
Vertalingen

minachten

despise, dislike, disdain, scornmépriser, dédaigner, détesterdesprezardisprezzare ('mɪnɑxtə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd minachtte , voltooid deelwoord heeft geminacht
respecteren (iemand) onbelangrijk en waardeloos vinden mensen minachten vanwege hun geloof