| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.310.564 Bezoekers. |
|
vuur |
0,02 sec. |
|
vuur1 zn onz vuur (vuren mv) [vyr] 1 fel, heet en bewegend licht dat ontstaat als iets brandt de elementen vuur, water, aarde en lucht Heb je misschien een vuurtje voor mij? de aardappelen op het vuur zetten see also brand, vlam2 g.mv. mv keer dat geschoten wordt met een vuurwapen spervuur 3 g.mv. mv een sterk, positief gevoel;= enthousiasme;= hartstocht;= passie iets met vuur verdedigen In het vuur van zijn betoog stootte hij zijn glas om. in vuur en vlam staan helemaal branden;= in brand staan;= in lichterlaaie staan in vuur en vlam staan voor verliefd of heel enthousiast zijn met vuur spelen een groot risico nemen Als je vaak te laat komt op je werk, speel je met vuur. voor iemand door het vuur gaan alles willen doen voor iemand voor hetere vuren gestaan hebben al moeilijkere of gevaarlijkere dingen meegemaakt hebben iemand onder vuur nemen iemand beschieten of bekritiseren onder vuur (komen te) liggen beschoten worden of zware kritiek krijgen vuur2 tw vuur [vyr] commando om te schieten met een vuurwapen
Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|