| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.785.822.133 Bezoekers. |
|
vallen |
0,02 sec. |
|
vallen ww vallen (viel enk ovt; is gevallen volt deelw) [ˈvɑlə(n)]
1 plotseling, onbedoeld op de grond terechtkomen vallen over een losse tegel Het glas viel in stukken. 2 doodgaan in de strijd;= sneuvelen gevallen voor het vaderland 3 in een bepaalde toestand komen De regen valt met bakken naar beneden. het regent heel hard met vallen en opstaan leren leren door het steeds weer opnieuw te proberen De regering is gevallen. de regering is afgetreden iemand als een baksteen laten vallen iemand helemaal in de steek laten al naar het valt zoals het uitkomt in slaap vallen beginnen te slapen Die opmerking viel helemaal verkeerd. die opmerking werd absoluut niet gewaardeerd Pasen valt laat dit jaar. dit jaar is het laat Pasen buiten de prijzen vallen geen prijs winnen Het valt me zwaar ik vind het moeilijk Er valt niets meer aan te doen. het kan niet meer worden veranderd of teruggedraaid iemand lastig vallen iemand hinderen Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|