| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.576.243 Bezoekers. |
|
oor |
0,01 sec. |
|
oor zn onz oor (oren mv) [or]
1 deel van je hoofd waarmee je kunt horen flaporen 2 handvat waaraan je een stuk servies kunt optillen een soepkom met twee oren een draai om je oren een klap tegen je hoofd Het gaat het ene oor in en het andere uit. wat er gezegd wordt, wordt niet onthouden met een half oor luisteren niet goed opletten, niet geconcentreerd zijn één en al oor zijn heel aandachtig luisteren iemand een oor aannaaien iemand bedriegen met je oren staan te klapperen heel verbaasd zijn met rode oortjes opgewonden Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|