merken

Vertalingen

merken

bemerken, zeichnen, andeuten, anzeichnen, auffassen, kennzeichnen, markieren, perzipieren, wahrnehmen, merken, sagenmark, notice, find, indicate, perceive, pointout, show, tellmarquer, apercevoir, désigner, percevoir, saisir, remarquer, discerner, rimarquer, s'apercevoir (de), signer, sentir, raconterdesignar, notar, sabercensura, designare, marcare, marchio, simbolo, capire, notareيَعْرِفُ, يُلَاحِظُpoznat, všimnout sibemærke, seλέω, παρατηρώhuomata, kertoaprimijetiti, uočavati・・・と分かる, 気づく구별하다, 알아차리다bemerke, sepowiedzieć, zauważyćnotar, perceber, saberзаметить, сказатьberätta, lägga märke tillบอก, สังเกตfarkına varmak, söylemekchú ý, kể注意到, 看出 (ˈmɛrkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd merkte , voltooid deelwoord heeft gemerkt
1. waarnemen niet laten merken dat je teleurgesteld bent Ik heb niets gemerkt van het lawaai.
2. voorzien van een herkenningsteken De dozen met glaswerk zijn gemerkt met een X.