mens

Thesaurus
Vertalingen

mens

(mɛns)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
ongunstig vrouw dat vervelende mens van hiernaast

mens

Menschman, humanbeing, humanhomme, être humain, créature, femme, gens, monde, personneάνδραςser humanomenneskeomo, persona, uomohomemmiesmužرجلmandчеловек (mɛns)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
exemplaar van de diersoort waar wij toe behoren
volwassenen
nauwelijks anderen ontmoeten
ik ben niet volmaakt; ik maak wel eens fouten