meester

Vertalingen

meester

Meister, Magister, Wirt, Herrmaster, maestro, adept, bossmaître, maestro, patron, acrobate, maître/maîtresse, instituteurmaestro, amopadroneصَاحِبُ الـْمَنْزِلِpánherreαφέντηςisäntägospodar주인herrepanmestreхозяинhusbondeเจ้านายefendichủ主人 ('mestər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. leraar op een basisschool vijf juffen en twee meesters
2. iemand die iets heel goed kan een meester in het maken van toetjes
3. ervoor zorgen dat je het krijgt
4. beroep van iemand die rechter of advocaat is
5. iets beheersen