medelijden

Thesaurus

medelijden:

rouwbeklagmeewarigheid,
Vertalingen

medelijden

compassion, pity, sorrypitié, apitoiement, compassion, merci, commisération, miséricorde, compatirآسِف, حَنانlítost, litujícíked af det, medlidenhedleidtun, Mitleidλυπημένος, συμπόνοιαapenado, lamentar, lástimasääli, tuntea myötätuntoasažalijevati, sažaljenjedispiaciuto, pietà哀れみ, 気の毒に思う동정, 애석한medlidenhet, syndlitość, współczućcompaixão, pena, sentir penaжалость, переживатьmedlidande, tycka synd omเสียใจกับ สงสาร, ความสงสารacıma, üzülmeklòng thương, thương hại同情的, 憾事 ('medəlɛidə(n))
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
verdrietig gevoel als iemand anders iets naars meemaakt medelijden hebben met iemand