mantel

Thesaurus

mantel:

overjas
Vertalingen

mantel

Mantel, Umhangmantle, cloak, surface, cape, coatmanteau, surface, gainesuperficieпальтоvelare地幔맨틀mantoplášťpłaszczマントル地幔عباءةmantel ('mɑntəl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. lange jas, vooral voor vrouwen
2. iemand streng zeggen dat hij/zij iets verkeerd heeft gedaan