mal

Thesaurus

mal:

sjablonesjabloon, modelvorm,
Vertalingen

mal

(mɑl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -len
voorwerp waarmee je meer dingen op dezelfde manier kunt maken brons gieten in een mal van gips

mal

Kaliber, lächerlich, Modell, Muster, Schabloneridiculous, calibre, model, mold, mould, cast, dieridicule, modèle, mouleidiotico, ridicolo (mɑl)
bijvoeglijk naamwoord
vreemd op een grappige manier
<dit zeg je als iemand iets heel vreemds over je denkt wat niet klopt>