| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.824.957 Bezoekers. |
|
maken |
0,03 sec. |
|
maken ww maken (maakte enk ovt; heeft gemaakt volt deelw) ['makə(n)]
1 (iets dat nog niet bestond) laten ontstaan een tekening maken winst maken veel lawaai maken 2 (iets dat kapot is) zorgen dat het weer heel is;= repareren;= herstellen De klok is weer gemaakt. het gemaakt hebben veel succes hebben je hebt het ernaar gemaakt het komt door je eigen gedrag (dat er iets vervelends gebeurt) Hoe maakt u het? begroeting Dat kun je niet maken! dat is niet zoals het hoort, dat is onbeleefd te maken hebben met iets of iemand met iemand iets samen moeten doen of van iemand afhankelijk zijn We hadden met een erg onervaren onderhandelaar te maken. Vertalingen maken abfassen, anfertigen, erschaffen, fabrizieren, herstellen, hervorbringen, leiten, machen, reparieren, schaffen, tun, veranlassen, verfassen, verfertigen, zurücklegen, empfehlen maken achieve, act, cause, compose, create, develop, do, fabricate, fix, get, make, manufacture, perform, repair, write, deteriorate, err, globe-trot, hinder, interfere, produce, smooth, smoothen, spot maken composer, construire, créer, écrire, entraîner des conséquences, fabriquer, faire, opérer, poser, refaire, remédier, rendre, réparer, restaurer, effectuer, équivaloir (à), faire (que), obtenir, façonner, ménager, retirer, élaborer maken bàttersela, confezionare, fabbricare, marchio, creare, fare maken vyrobit, vytvořit maken lave, skabe maken δημιουργώ, κατασκευάζω maken luoda, tehdä maken izraditi, stvoriti maken 作る, 創造する maken 만들다, 창조하다 maken lage maken изготавливать, создавать maken göra, skapa maken ทำ, สร้าง maken chế tạo, tạo ra Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|