macht

Vertalingen

macht

Kraft, Macht, Fähigkeit, Gewalt, Können, Potenz, Vermögenpower, force, ability, strength, vigour, horsepowerforce, puissance, pouvoir, autorité, capacité, habilité, forces, contrôle, bras, empirefuerza, potencia, poderforza, potenza, potereقُوَّةmoc, sílamagt, styrkeισχύςvalta, voimamoć, sila力, 能力makt, styrkesiłaforça, poderвласть, сила, мощьmakt, styrkaกำลัง, อำนาจgüçlực, quyền lực力量 (mɑxt)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en
1. vermogen/kracht om iets te (laten) doen zoals je wilt macht uitoefenen de ouderlijke macht
proberen met heel veel inspanning en moeite
... niet kunnen
2. persoon, groep of staat met een speciale taak grootmacht
3. wiskunde een getal dat n keer met zichzelf vermenigvuldigd moet worden