maandag

Vertalingen

maandag

MontagMondaylundiΔευτέραlunesпонедельникlunedìالْإِثْنَيـنُpondělímandagmaanantaiponedjeljak月曜日월요일mandagponiedziałeksegunda-feiramåndagวันจันทร์Pazartesithứ Hai星期一星期一Понеделникיום שני ('mandɑx)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. eerste dag van de week
2. een heel korte periode