vuilmaken

(doorverwezen van maakte vuil)
Vertalingen

vuilmaken

beschmutzen, einschmutzen, sudelnsoilsalir, souillerβρώμικοςšpinavýмръсенsporcolikainenสกปรก더러운מלוכלך ('vœylmakə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd maakte vuil , voltooid deelwoord heeft vuilgemaakt
vuil (2) laten worden
(niet) bang zijn om vuil, zwaar of ondankbaar werk te doen
het niet de moeite vinden om iets te zeggen over iets of iemand, meestal omdat je het/hem/haar niet leuk vindt