vastmaken

(doorverwezen van maakte vast)
Vertalingen

vastmaken

befestigen, binden, festsetzen, fixieren, verbindenaffix, attach, fasten, bind, connect, determine, fix, join, makefast, secure, tie, tieup, bendattacher, fixer, nouer, relier, attacher (à), fixer (à), accrocher, lacerabadernar (ˈvɑstmakə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd maakte vast , voltooid deelwoord heeft vastgemaakt
zorgen dat iets vast zit de kabel vastmaken aan de paal